Na regen komt zonneschijn

Ik wilde fietsen tot het einde van de wereld.
Ik hield mijn hoofd omhoog en richtte mijn blik op oneindig.
Naar huis wilde ik niet.
Ik fietste langs het water en de grachten, het begon langzaam te regenen.
De regendruppels spatte op mijn gezicht.
Ineens had iedereen om mij heen een regenjas aan of een paraplu boven zijn hoofd. Ik niet.
Ik had nog mijn slaap shirt aan, mijn haar was een wirwar aan gedraai en gepeins. Ik had het warm, mijn knieƫn werden nat.
Ik bleef fietsen, zo hard als ik kon.
Totdat mijn blik op oneindig verstoort werd door een open gebroken weg.
Precies daar, dat moment, was het alsof de tijd even stil stond. Alsof ik een spook in mijn eigen wereld was.
Op dat moment bestond ik niet. Ik was er niet, ik was mijzelf niet.
Daar heb ik besloten terug naar huis te gaan.
Ik ramde de deur achter mij dicht.

Geen opmerkingen: